|
11. Een mij "vreemde" wereld
Ik ontwaakte.
Een vreemde huiver overviel mij; echter niet zoals
je wel eens kippenvel hebt. Een licht tintelende
warmtestroom die als het ware overal vandaan scheen
te komen en zich nu opeenhoopte ergens in mijn hartstreek.
Het was ook alsof ik met een gloeiend hete speer
of mes werd doorboord. Tegelijkertijd, ik was nog
half tussen waken en slapen in, zag ik twee handen
die zich langzaam naar mij uitstrekte. Een waas
van glinsterende sterretjes lag om deze handen heen
en op het moment dat de vingertoppen mijn kant uitwezen,
vloeide een stroom wit glinsterend licht op mij
af en doorstroomde mijn hart.
Pas later begreep ik deze handeling, maar op dat
moment was mij de essentie ervan niet geheel duidelijk.
Ik bleef nog een tijd in mijn bed liggen, want ik
merkte dat ik ook diep had geslapen. Langzamerhand
kwamen ook beelden in mij op van een droom, die
ik deze nacht had beleefd en ik werd mij steeds
bewuster van het feit, dat deze droom ook een werkelijkheid
was geweest. Iets waar ik geheel zelf de Hand in
heb gehad. Opeens schoot mij de naam Gunawan te
binnen en ik voelde mij verdrietig en gelukkig tegelijkertijd.
Wie en wat was deze Gunawan? Een vrouw, een stralende
witte Gestalte? Was ik het ook zelf in een ander
of nog komend leven? Of was het mijn evenbeeld of
tegenpool? Ik wist het niet.
"Meesteres over Energie" schoot mij plotseling
te binnen, maar ik kon er niets mee. Helaas op dat
moment.
Ik ontwaakte in een mij "vreemde" wereld.

Maanden, jaren gingen voorbij zonder dat er iets
noemenswaardigs gebeurde. Zo gaat dat met dit soort
verhalen, zoals je in vele Aardse boeken leest.
De alledaagse gebeurtenissen schijnen niet belangrijk
te zijn. Althans zo dacht ik toen nog. Wat er verder
gebeurde tijdens zijn jonge jaren als zwerver werd
steeds warriger voor zijn geest. Alleen de pure
herinnering aan Nada of Daida knaagde aan zijn ziel
en zijn verlangen naar een andere schone wereld
samen met zijn geliefde werden steeds heftiger.
Soms droomde hij nog van haar althans zo kwam dat
bij hem over: een vage glans wat eens zo mooi was.
Een betraande glimlach. Op een moment kwamen zelfs
deze dromen niet meer en hij bleef achter met een
leeg gevoel, eindeloos verdriet was zijn deel en
hij pijnigde zijn geest om de zoete herinneringen
weer helder te krijgen.
Hij ging zelfs werken en ging uiteindelijk helemaal
op in zijn eigen kleine burger leventje. Te zamen
met andere mensen leidde hij een troosteloos bestaan.
Lege gezichten, droeve ogen en verwarde gelaatsuitdrukkingen.
Dat was zijn leven geworden. Een leven, die zo vele
mensen hem ook wilde opdringen. Een zogenaamd goed
leven van pracht en praal en geld verdienen.
Zoals je begrijpt, kon zo'n leven niet lang goed
gaan voor een zo'n gevoelige geest als deze jonge
zwerver.
|