|
7. De twee Bomen
Het waren minuten, uren, dagen, dat ik naar het
scheen hier zat en dacht en mijmerde over al datgene
wat me hier tenslotte naar toe had gebracht. Wat
was nu het mysterie? Datgene wat me tot hier gebracht
heeft, Julio of ik zelf of de vrouw wier naam ik
in al mijn begeren en verlangen zocht en toch niet
vond. Ik voelde alleen de emotionele energieën
en vocht tegen deze. Acceptatie van een Naam?
|
Wat moest ik ook alweer doen? Vragen stellen,
maar welke vragen? Er spookte duizenden vragen
door mijn hoofd en ieder antwoord riep weer
nieuwe vragen op en dat terwijl ik heel goed
wist, dat mijn hoofd en lichaam alleen maar
zwaarder en zieker werd van dit gepijnig in
mijzelf. Toch sloop langzamerhand een besef
bij mij binnen en groeide langzaam uit tot
een samenhangend geheel, als een gestalte.
Waar zat ik nu? Alleen toevallig hier op een
bankje voor twee bomen, die voor mij een grens
symboliseerde? Er is geen grens; er zijn geen
vragen en antwoorden. Deze vormen zelf de
barrière. Deze poort van geluk stelde
geen vragen en gaf geen antwoorden. Stilte,
saamhorigheid, eenheid met datgene wat het
was en nog steeds is. Een poort, maar geen
grens. En ja er was wel een soort wachtwoord
of misschien een wachtgebaar. Acceptatie en
stil zijn van binnen: dan opende zich het
mysterie. Want een mysterie was het en bleef
het.
|
|
Langzaamaan groeide en veranderde die materialisatie
van het Licht bij die twee bomen, die ik ogenschijnlijk
eerst zag in een waas van groen en zilver. Deze
bomen bestonden dus toch, dacht ik eventjes snel,
maar verder konden geen storende gedachten dit schouwspel
verhinderen.
Pas later begreep en voelde ik dit ook, alsof er
zich een zwaar brok materie of lichaam uit mij werd
losgelaten. Een soort negatieve bevalling, een terugkeer,
maar hiertegenover betekende dit voor mij een hergeboorte:
een bevrijding, want ik werd mij bewust van dingen,
maar kon het toch ook niet uitleggen. Deze kleurenpracht
vormde als het ware een geheel met mij: wij behoorden
samen. Ik en wie weet nog meer, vormde één
geheel met deze bomen en hiertussen in de baarmoederholte,
die was ontstaan tussen dit kleurenspel aanschouwde
ik voor het eerst mijn geliefde. Zij verscheen,
alsof zij mijn wereld binnenstapte uit de onbekende
tijd en ruimte.

Een lieflijke glans van blauw, groen en grijs leken
mij aan te kijken en ik zat gebiologeerd op mijn
bankje sprakeloos en ontroerd tegelijkertijd. Zoete
tranen over dit liefdesgeluk en zij: mijn grote
droom, mijn wederhelft glimlachte en zei woorden,
die langzaam in mij opkwamen als noten van een lieflijke
symfonie. "Julio zal je uitleggen over het
hoe en waarom. Ik zelf kan helaas niet nader tot
je komen" en plotseling voelde ik een hevig
verdriet over mij komen, een smart zo diep die afkomstig
was van mijn geliefde en liefde en ik schaamde mij
diep over mijn eigen egoïsme en mijn eigen
smart alsof alleen deze het belangrijkste waren.
Hoewel deze verschijning meters van mij afstond,
voelde ik toch een warme liefdevolle hand over mijn
hoofd gaan en een moment van samen een zijn en ik
voelde de glans en de heerlijkheid en heb in mijn
verdere leven aan deze aanraking voldoende gehad
om datgene te doen waarvoor ik hier op de "aarde"
was en rondzwierf. Het gaf me nu een doel en zin
om mijn taak te volbrengen; een kracht was in mij
opgewekt, die ik voelde tintelen in mijn hele lijf.

Ik ontwaakte, maar voelde mij tegelijkertijd ook
in een droom. Een gevoel van leegheid, onzekerheid
en twijfel. Wat is en wat was werkelijkheid? Wie
kan en mag nu wat en hoe zeggen? Woorden schieten
te kort, terwijl mijn gedachten en gevoelens op
springen staan om zich uiteindelijk te ontladen.
Ik sta op het scherpst van de snede. Of terug en
dieper vallen als waar ik ooit was of met alle moed
en misschien wanhoop doorzetten en de laatste "brug"
slaan met
. Ja met wat eigenlijk?
Op het moment dat ik mij voelde wegglijden in een
diep zwart gat, voelde ik mij door twee liefdevolle
sterke handen opgetild worden en zachtjes werd ik
neergezet op de grond precies tussen de twee bomen.
In een flits begreep ik de essentie van het bestaan
van een boom in vergelijking met mijzelf en het
leven. Een boom sterk en trots, staat verankerd
met diepe wortels, die een natuurlijke band vormt
met de verschillende polariteiten van de natuurenergie.
Zoals een boom de lucht zuivert en zuurstof afgeeft,
zo zuivert deze zelfde boom de overal aanwezige
energie. Hij geeft en neemt energie in een tijdloze
stroom tot aan het eind van alle dagen.
Mijn voeten begonnen te tintelen en ik probeerde,
ook al wist ik het al precies hoe te doen, contact
te maken en tegelijkertijd voelde ik de energie
door mij heen stromen; eerst langzaam maar steeds
sneller bewegend en trillend tot mijn lichaam helemaal
vol was en tenslotte als één grote
tinteling aanvoelde.
Toen begon ik te lopen, eerst stap voor stap en
wachtend en voelend, toen sneller en liep tenslotte
als in een dans tussen de bomen door, deze tenslotte
achter mij latend en de vrijheid in beweging tegemoet.
|