<< Vorige >>
"De zeven Tuinen van Orfilan"
<< Volgende >>

6. Het land achter het land

Even later zaten we weer in de herberg "Het Voorportaal" te genieten van een heerlijke maaltijd en een goed glas bier. Zo zie je, dat er zelfs na een symbolische eenwording nog plaats is voor jullie zogenaamde "aardse" genoegens. Ik vertel dit, omdat juist jij de angst hebt om in een vacuüm terecht te komen en dat zit juist een eenwording in de weg. Overigens wees gerust: aan de andere kant is dat inherent aan datgene wat je wil bereiken met deze opdracht. Toch heeft ook dat zijn zin, want je hebt ervoor gekozen om een en ander als voorloper te verduidelijken en een ander een mogelijke weg te wijzen. Er zijn vele mogelijke wegen en niet voor ieder begaanbaar en dat is niet zo vreemd, want dat is ook afhankelijk van waar je vandaan komt. Je zogenaamde afkomst. Die ligt opgesloten in het uitspreken en beleven van je werkelijke naam.
Goed, maar jullie lichamelijke genoegens zijn eenvoudigweg ook een grove afspiegeling van wat eens zal zijn en voor iedereen mogelijk zal blijken te zijn. Toch zul je nog voor je teruggaat naar een van de stukken van je huidige leven meemaken, dat het land waar we nu zijn een tussenvorm is, een land waar een ieder dat wil zeggen de zogenaamde tweelingzielen zich kunnen voorbereiden om samen op reis te gaan naar hun bestemming en taken. En deze kan op "aarde" zijn of elders al naar gelang de wens, want niets is verplicht. Jouw wens lag nu nog op de "aarde", dat moge duidelijk zijn. Dit land achter het land is zo mogelijk voor jou nog schoner als ook maar in één van je dromen tot je is gekomen. Het paradijs of Nirwana waarover jullie hele mooie boeken hebben geschreven, gaat echter vooral over dit eerste land, want dit is in eerste instantie de bestemming van het "menselijke" volk op deze "aarde". Ik wil nog niet spreken over jouw afkomst, maar ook dat mag al duidelijk zijn, glimlachte Julio.

s'Avonds beleefde ik wederom iets wonderlijks. Ik had zo even van een heerlijk verfrissend bad genoten, waarin een speciaal mengsel van allerlei geurende kruiden zat, waarna althans zoiets voelde ik mijn lichaam en geest in een vreemde relatie van een soort eenwording verkeerde.
Later in bed, ik weet niet meer of ik wakker was of sliep, werd ik mij bewust van iets lichtends. Normaal gesproken zou ik hiervoor angstig worden, want ik had ook nu het gevoel de situatie niet in de hand te hebben. Zacht hoorde ik op de achtergrond een rustige en bekende stem, die mij deed kalmeren.

Dit licht dat niet te vergelijken is met het licht van lamp of kaars, begon als het ware in één punt. Net alsof er één enkele zenuwcel explodeerde, die daarna in een futuristisch geheel uitcirkelde vanuit dat ene onuitsprekelijke punt tot een kleurenaurora van de meest onbekende kleuren en tinten. Ik kan misschien zeggen blauw of groen of rood; het was echter meer een harmonisch geheel van een of ander soort kleur. Het verschijnsel begon in het puntje van mijn hoofd en verspreidde zich langzaam uit over mijn hele lichaam. Tegelijkertijd begon dit zelfde verschijnsel ook in andere delen van mijn lichaam; althans zo scheen het in mijn belevenis. Ik was als het ware één fenomeen geworden van zes lichtende aura's, die zich merkwaardig genoeg met mijn hartritme voortbewogen.
Het was niet zo, dat ik op een normale manier nadacht: ik wist echter dat dit verschijnsel te maken had met een deur of een overgang. In de laatste 5 jaren was dat althans bijna een obsessie voor mij geworden. Nu stond ik er als een kind tegenover. Een wezen, bewust overgeleverd aan God of wie dan ook echter nu in een volkomen vrijwillige situatie. Mijn laatste obstakel: het accepteren van één volledige identiteitsbehoud ook na het passeren van deze deur was volledig verdwenen. Ik zou weer terugkomen; een sluier zou zijn opgelicht. Ik zou terugkomen als diegene die ik was; alleen bewuster van dingen die komen gaan en geweest zijn.

Het was een eerste stadium van bewustwording: een eenheidsbesef. Alleen het weten en het herinneren van je naam en uiteindelijk het opgaan in de naam samen met je geliefde. Ik voelde haar aanwezigheid, alleen nog ver weg met dien verstande dat mijn bewustzijn en zenuwstelsel eenvoudigweg nog niet rijp was om een directe ontmoeting te bewerkstelligen.
Op datzelfde moment toen deze gedachte en bewustwording in mij omhoog borrelde, sprongen bloemen van allerhande formaat en kleuren om mij heen omhoog: een geestelijk vuurwerk en ik wist dat dit een cadeau was van Gunawan.

Tenslotte sliep ik in en liep over een weg, een kronkelend pad door een prachtig landschap van mij onbekende bomen en planten. Deze weg die langzaam een heuvel opkronkelde werd gaandeweg vlakker en beschreef een bocht naar rechts. Daar werd ik mij bewust van een hevige Liefde voor een wezen, die met zekerheid mijn Geliefde was. Ik was in mijn droom geheel sprakeloos van ontroering. Ik zag haar echter niet, het was meer een kolossaal gevoel. Zij vertelde mij, dat na deze bocht er weer een afdaling was. Na enige tijd lopen stond daar een huisje nabij een beek. Hier zouden wij elkaar eens weer ontmoeten. Ik werd ontroerd en een beetje ontdaan wakker.

Het duurde een poos eer ik wat bijgekomen was. Ik zag ook dat het prachtig weer was buiten en hoorde de vogels en andere wezens vrolijk zingen in de helderheid van de ochtend. De wind blies geruststellend door de bladeren van de bomen heen en het geruis ervan deed mijn zenuwstelsel licht trillen. Zo stond ik een tijd uit mijn raam te staren, toen ik zachtjes op de deur hoorde kloppen. Julio kwam binnen en legde een hand op mijn schouder. Iets wat mij hevig geruststelde en een diepe huivering ging door mij heen. "Kom mee, drinken we gezellig samen koffie". We zeiden weinig tijdens ons ontbijt; ik denk dat we beide wisten waar we voor stonden. Voor Julio was dat een weten, omdat hij mij door en door kende en precies wist hoe te handelen. Voor mij was het een steen, die zwaar op mijn maag lag en gepaard ging met een heftige brok in mijn keel.

Even later liepen we slenterend door de tuin van de herberg. Eekhoorntjes sprongen voor niets vrezend langs ons heen en bekeken ons met veel plezier en ondeugendheid. "Zie je daar die twee bomen voor ons, links en rechts van onze komende weg. Twee bomen die onze weg als twee wachters bewaken en net als in Parcivals verhaal ons vragen stellen om te mogen passeren". We gingen even voor de bomen op een bankje zitten en Julio vervolgde zijn uitleg. "Deze twee bomen, wat evengoed twee torens had kunnen zijn, symboliseren ook een overgang, een deur of brug, maar kan ook evengoed voor een psychologische blokkade staan. Met de juiste vragen en antwoorden of handelingen kun je en mag je passeren. Zonder deze antwoorden zou het zelfs gevaarlijk kunnen zijn om daarlangs te gaan".
"Vandaag gaan we deze vragen stellen over een bepaalde blokkade. Of de antwoorden dan wel of niet meteen komen is nu even niet belangrijk". Ik zei, dat ik wel wist dat deze deur, poort van twee bomen een obsessie van mij was geworden; een persé willen passeren en dat het ongeduld was, die mij maar steeds niet wilde doen passeren.
"Ja ongeduldigheid is iets om te overwinnen", vervolgde Julio, "maar je kunt het als rationalisering ook voor iets anders, iets angstigers voor in de plaats zetten. Blokkade is niet het juiste woord voor zoiets als dit. In jouw geval is het bijvoorbeeld meer een bepaald voorgeval of gebeurtenis te willen versluieren. Het niet willen zien of voelen van iets. Daar zijn dan ook de juiste vragen voor nodig, die je echter wel zelf moet bedenken. Ik zal je daarbij helpen, maar ik kan en mag ze niet voor jou kenbaar maken. Doe rustig en forceer niets. We hebben tijd genoeg".

Zo zat ik daar en probeerde mij alles te herinneren wat in mij zat en nog veel meer dan dat. Alles en niets tegelijk konden mijn verlangen naar de juiste vraag niet bevredigen.