|
1. Het Begin
Het was een prachtige zomeravond en ik had al een
hele dag gelopen op stoffige wegen en duistere paadjes
waar geen mens zo leek het althans ooit geweest
was. Maar nu was ik er en de ervaringen en belevenissen
zijn welhaast niet na te vertellen en voor een gewoon
menselijk oor niet te beluisteren.
Na een lange klim was ik terug in de werkelijkheid.
Daar lag mijn volgende bestemming: Kreuzberg. Vermoeid
en bestoft besteeg ik de versleten trap van de dorpsherberg.
Vrolijk gepraat en mystiek gezang verwelkomde mij
met hun ware gastvrijheid.

Ik liep daar wat doelloos rond met mijn plunjezak
vol met mijn meest kostbare spulletjes. Een I Tjing,
een zakboekje vol met wetenswaardige aantekeningen
en een foto van mijn geliefde. Tien jaar geleden
plotseling overleden na een lang ziekbed. Alle doktoren,
die ik liet komen konden geen oplossing vinden en
dat wist ik bij voorbaat ook al. Maar ja; ze was
28 jaar en we hadden nog zoveel plannen.
Kort daarna heb ik alles verkocht en daar leef ik
nu nog van. Soms werk ik wat voor de afwisseling
of om boeren te helpen met het oogsten. Verder vind
ik het goed zo. Ik wens verder niets meer dan nu
en dan een zacht bed om goed uit te rusten, vooral
in de winterdagen.

Hier in de herberg zou ik Julio weer ontmoeten.
Althans dat was in een droom lang geleden voorspeld.
Eigenlijk was het geen droom; eerder een moment
of periode in mijn leven dat uiterlijk of fysiek
gezien niet bestond. Drie maanden bleken dat te
zijn: er was een gat in mijn leven geslagen. Ik
zal jullie deze geschiedenis eerst later vertellen,
want nu moe en stoffig als ik ben, bestijg ik de
trappen van deze herberg en open de deur. Reeds
velen waren mij voorgegaan; dit voelde ik in dit
voorportaal. Ik bleef even staan en proefde de sfeer.
Gek eigenlijk: je denkt een heleboel te weten en
als je dan deze deur door bent, valt er een last
van onwetendheid van je af. Je lijkt gezuiverd te
worden, een innerlijke douche. De deur piepte een
beetje van ouderdom; moest nodig eens gesmeerd worden,
dacht ik. Binnen was er een gedempt licht in een
soort blauwige waas. Het eerste wat me opviel was
het ordelijke, terwijl het er ogenschijnlijk een
chaos was. Niettemin heerste er een vredige kalmte.
Allerlei mensen zaten rustig te praten aan tafeltjes,
keurig gedekt met vrolijk brandende kaarsen. Er
zaten ook mensen alleen aan tafeltjes, rustig te
roken en genietend van een lekker glas wijn.
Plotseling schoot me een heldere gedachte te binnen
hier al eens eerder geweest te zijn, maar het ontbrak
me aan de juistheid van deze ingeving tot ik een
man zag zitten, midden in de dertig, althans zo
leek het, maar met een klaarheid van een wijs man.
Ik moest diep in mijzelf zoeken wie het was en een
golf van indrukken overspoelde mij. De man stond
op en liep op mij toe met een vriendelijke glimlach.
Gek eigenlijk: ik hoorde alleen de vloer kraken
door zijn makkelijke manier van lopen. Toen de man
tegenover mij stond en rustig zijn handen op mijn
schouders legde, voelde ik de rust in mijzelf komen
en tegelijkertijd herkende ik hem. Het was natuurlijk
Julio. Ondertussen was het doodstil geworden in
de gelagkamer van de herberg. Je hoorde alleen het
zachte geruis van de watermolen achter de herberg
en het vrolijk geknapper van het open haardvuur.
Iedereen scheen innig tevreden met deze ontmoeting,
hoewel niemand dit eigenlijk persoonlijk aanging.
Toch leek het erop alsof iedereen hier een grote
familie was en iedere nieuwe gast, vreemd of bekend,
was welkom en hoorde erbij.
Kom bij me zitten Peter en drink eerst rustig een
glas wijn voor we over gewichtigere zaken praten.
Ongemerkt kwam de waard een glas wijn brengen en
serveerde er tevens brood en kaas bij. Na een half
uur en twee glazen wijn verbrak Julio de stilte.
Zo beste Peter, het is goed je weer te zien na zo'n
lange tijd. Vijf jaren zijn alweer voorbij, maar
hoewel wat zijn vijf jaren in de eeuwigheid en lachte
er zijn zo geheimzinnige maar vriendelijk bedoelde
glimlach bij. Zo herinnerde ik het nu weer vijf
jaar geleden. Er was intussen veel gebeurd, maar
daar wilde ik nu niet aan denken. Even werd het
donkerder, alsof een dichte zwarte wolk door de
ruimte dreef, maar was weer even snel verdwenen.
Proost zei Julio, moge het je bekomen. Nu daar twijfel
ik niet aan, want deze wijn komt van een bijzondere
plek ver hier vandaan; althans voor aardse stervelingen.
Vanavond kunnen we misschien over gewone dingen
praten, voor zover dat voor jullie gewone dingen
zijn. Morgen lopen we hier wat rond: dan zul je
weer dingen herinneren wat het praten voor de komende
tijd wat makkelijker zal maken. Ik weet dat je graag
nu antwoorden wilt, maar helaas kan dit niet. Voor
jou is dit een plotseling overgang en aan zieke
mensen hebben we hier niets. Nu ja het zijn regels
en daar moet iedereen zich aan houden; wij en jullie
daar ook en nam daarna een slok wijn om een zekere
geheimzinnigheid te onderdrukken naar het mij scheen.
|