| |
|
"DE 12e PLANEET - een terugkeer
in 2012?"
|
|
|
|
Veel, zoniet heel veel is er al geschreven
over de mysterieuze Twaalfde Planeet. Er zijn er die
beweren dat dit allemaal onzin is maar ook die er
bij zweren. De oude Sumeriërs waren ongeveer 6000
jaar geleden al op de hoogte van deze planeet. Toen
al was men op de hoogte van dit, met onze Zon en Maan
meegeteld, 12e lid van ons Zonnestelsel.
Een artikel in de Intermediair van februari 1998 berichtte
over het feit dat er rond 2200 v. Chr. diverse oude
beschavingen ten onder gingen. Dit artikel trok mijn
aandacht omdat ik een verband zag tussen wat de oude
Sumeriërs 6000 jaar geleden reeds wisten en mijn eigen
theorie over nog een planeet in ons zonnestelsel.
Deze planeet, welke samen met onze Zon en Maan, het
12e lid van ons Zonnestelsel zou zijn, werd op oude
Sumerische kleitabletten van 6000 jaar oud al uitvoerig
beschreven. Het was de Amerikaan Zecharia Sitchin
die na jarenlange studie naar deze oude kleitabletten,
de letterlijke vertaling ervan in zijn boek beschreef.
Het boek kwam uit onder de titel 'The Twelfth Planet',
welke in 1980 in Nederland werd uitgegeven. Buiten
het feit dat deze oude kleitabletten dagelijkse dingen
beschreven, was er ook een hele hoop informatie terug
te vinden over een mysterieuze 12e planeet. Sitchin
concludeerde uit diverse voorhanden zijnde feiten
dat dit mysterieuze 12e lid van ons Zonnestelsel een
omlooptijd van 3600 Aardse jaren zou hebben. De laatste
passage van deze planeet zou volgens Sitchin omstreeks
het jaar 200 v. Chr. moeten hebben plaatsgevonden.
Bij diverse naspeuringen bleek dat hier echter niets
over terug te vinden is. Mijn beredenering was dat
als er rond 200 v. Chr. een planeet ons Zonnestelsel
heeft gepasseerd, er ongetwijfeld materiaal terug
te vinden zou moeten zijn wat zou kunnen bevestigen
dat ons Zonnestelsel rond die tijd inderdaad een bezoeker
van buitenaf tijdelijk heeft mogen verwelkomen. Maar
er was niets over terug te vinden.
Zoals gezegd heeft Sitchin geconcludeerd dat deze
mysterieuze 12e planeet een omlooptijd heeft van 3600
jaar. Deze planeet was mede de oorzaak dat er rond
11.000 v. Chr. een zo plotseling einde aan de laatste
ijstijd kwam. Dit was dezelfde periode als waarin
het laatste deel van Atlantis naar de bodem van de
Atlantisch oceaan zonk. Rond 7400 en 3800 waren er
plotseling veranderingen waar te nemen in de Sumerische
geschiedenis. De tussenliggende periode is precies
3600 jaar, een reden temeer om aan te nemen dat Nibiru
inderdaad een omlooptijd heeft van 3600 jaar. Men
zou kunnen zeggen dat tijdens een passage van Nibiru,
de beschaving in Sumerië naar een hoger peil gestuwd
werd. Maar kloppen al deze feiten wel? Naar mijn idee
is er een langere periode nodig om een beschaving
naar een hoger peil te stuwen. Dat lukt volgens mij
niet 'van de ene op de andere dag'.
Bij NASA is men al jarenlang aan het zoeken naar 'Planet
X', ofwel de 10e planeet. Doordat men bij NASA de
Zon en de Maan niet meerekent komt met uit op 10 planeten.
Je zou kunnen afvragen waarom men aan het zoeken geslagen
is, aangezien de meerderheid van de geleerden de letterlijke
vertalingen welke Sitchin uitvoerig in zijn boeken
beschrijft, onzin vinden. Vooral de Assyriologen vinden
deze vertalingen te ver gezocht, en dan druk ik het
nog voorzichtig uit. De gehele wetenschappelijk wereld
heeft naar mijn idee maar 1 stelling: 'niets is mogelijk
tenzij het wetenschappelijk bewezen is'. De volgende
vraag van mij is dan; 'wat is wetenschappelijk bewijs',
maar daar gaan we nu niet op in. Feit is dat men bij
NASA op zoek is naar nog een planeet binnen ons Zonnestelsel.
Als we vervolgens gaan rekenen met perioden van 3600
jaar vanaf 11.000 v. Chr., het moment waarop volgens
Sitchin de 12e planeet mede veroorzaker was van de
zondvloed, dan komen we tussentijds inderdaad uit
op 7400, 3800 en 200 v. Chr. De data die overeenkomen
met verschillende bloeiperioden uit de Sumerische
geschiedenis. Alleen is er in deze berekeningen een
fout geslopen. Ze kloppen niet.
Allan Alford heeft in zijn boek 'Goden uit de Kosmos'
uitvoerig berekend dat 10.983 v. Chr. de exacte datum
van de zondvloed was. Ook heeft hij een knap staaltje
van logisch denken laten zien. Hij vertelt ons dat
de 'Sar', de heilige periode van de oude Sumeriërs
die zij afbeelden als een cirkel, welke 3600 voorstelde,
waarop Sitchin concludeerde dat de planeet een omlooptijd
van 3600 jaar moest hebben, niet als 3600 maar als
2160 geschreven diende te worden. Als men een getal
uit het Sumerische sexagesimale stelsel neemt, en
men wil daar mee gaan rekenen in ons 10-tallig stelsel,
dan moet men dit omrekenen.
Het Sumerische sexagesimale talstelsel werkt met wisselende
factoren die met 6 en 10 toenemen. Deze opbouw zag
er als volgt uit: 1, 10, 60, 600, 3600, 36.000, 216.000
enz. Het voorgaande getal word om en om vermenigvuldigd
met 6 of 10. Het getal 5000 word in het Sumerisch
als 12.320 geschreven.

1x3600 + 2x600 + 3x60 + 2x10 + 0x1
= 5000. Maar als we het getal 3600 op de Sumerische
manier schrijven, dan zien we het volgende:

3x600 + 6x60 + 0x10 + 0x1 = 2160.
Ik heb dan ook het sterke vermoeden en diverse aanwijzingen
dat de omlooptijd van deze mysterieuze 12e Planeet
geen 3600 jaar bedraagt, maar 2160 jaar is. Als mijn
vermoeden klopt, wat zou dan de consequentie zijn?
Als we een geheel nieuwe rekensom zouden maken vanaf
de zondvloeddatum die door Alford was berekend op
10.983 v. Chr., met een omloopperiode van 2160 jaar
dan komen we op compleet andere data uit, namelijk
10.983, 8823, 6663, 4503, 2343, 183 v. Chr. en 1977
n. Chr. Volgens mij werd er rond 1977 geen melding
van nog een planeet in ons Zonnestelsel gemaakt. Betekent
dat we deze berekening naar de dichtstbijzijnde prullenbak
moeten verwijzen? Ik denk het niet, temeer Alford
de ruzie tussen 2 goden beschrijft, te weten Thoth
en zijn broer Marduk. Deze 2 goden hadden ruzie om
het feit wanneer de precessie van de Aarde precies
is begonnen. Thoth wist Marduk wijs te maken dat dit
anderhalve graad later was gebeurd dan Marduk had
berekend. Anderhalve graad van de Aardse precessiecyclus
van 25.920 jaar is 108 jaar. Als we dit bij 1977 optellen,
dan komen we uit op het jaar 2085. Is dat misschien
de reden waarom men bij NASA druk bezig is met het
opsporen van 'Planet X'. Heeft men de mysterieuze
planeet wellicht al in het vizier?
Maar toch bleef er ergens in mijn achterhoofd een
stemmetje zeggen dat ik anders moest gaan rekenen,
maar hoe? De hedendaagse precessiecyclus is geen 25.920
jaar, zoals de Sumeriërs hadden opgeschreven, maar
25.776 jaar. Het getal 2160 is het twaalfde gedeelte
van een 25.920 jaar durende precessiecyclus. Als we
25.776 door 12 delen dan komen we op 2148 jaar uit.
Ik heb dan ook het vermoeden dat de omlooptijd van
de 12e planeet 2148 jaar bedraagt in plaats van 3600
of 2160 jaar. Als we vervolgens met perioden van 2148
jaar gaan berekenen vanaf 10.983 v. Chr. en daar anderhalve
graad van 25.776 bij optellen, dat wil zeggen 107.4
jaar, dan komen we uit op het jaar …2012 n. Chr.!
Het einde van de Maya kalender. Toeval? Zonder het
te willen kwam deze berekening verrassend uit de bus.
Ik stond eerst ook zeer verbaasd te kijken. Maar als
we daarentegen het al eerder aangehaalde artikel uit
de Intermediair bijhalen, dan is een omloopperiode
van 2148 voor de 12e planeet en dat deze in het jaar
2012 wederom een opwachting in ons Zonnestelsel zou
maken, niet zo vreemd als het op eerste gezicht zou
blijken.
De kop van het artikel luidde: 'Klimaatramp verwoeste
de oudste beschavingen'. De inhoud van dit artikel
komt er op neer dat rond 2200 v. Chr. dingen zijn
gebeurd die door de hedendaagse wetenschap niet verklaard
kunnen worden. Men houdt het dan ook op een eventuele
verstoring van de oceaanstromen. Een 2 meter langen
boorkern uit de Golf van Oman gaf een nauwgezet overzicht
van wat er de afgelopen 14.000 jaar vanaf het vasteland
de Indische Oceaan ingewaaid is. 'Tijdens de laatste
ijstijd was er alleen sprake van grote hoeveelheden
woestijnstof, maar daarna dalen de hoeveelheden naar
waarden die overeenkomen met de huidige', aldus het
artikel, welke vervolgt met: 'Maar op grond van de
C-14 methode waaide er rond 2000 v. Chr. meer woestijnstof
in de oceaan dan voorheen'. Men heeft geen idee hoe
dit mogelijk is. Tijdens onderzoek naar de sedimentlagen
van Elk Lake in Minesota, ontdekt men dat er 3 perioden
van elk een paar honderd jaar beduidend meer stof
op de bodem neerdaalde. Deze perioden waren zo ongeveer
rond 5800, 3800 en 2100 v. Chr. Een medewerker van
de Ohio State University onderzocht boorkernen uit
Peruviaanse gletschers en vond aanwijzingen dat de
meest ingrijpende droogteperiode van de afgelopen
17.000 jaar plaats hebben gevonden rond 2200 v. Chr.
Als we deze gegevens echter naast de data leggen van
de door mij vermoedde omlooptijd van de 12e planeet
(2148 jaar) dan zien we grote overeenkomsten. Uit
mijn berekeningen vloeit voort dat deze planeet mogelijk
rond 6663, 4503 en 2343 v. Chr. in ons Zonnestelsel
is geweest. Zet daarnaast de perioden dat er meer
(woestijn)stof in de diverse aardlagen te vinden was,
namelijk 5800, 3800 en 2100 v. Chr., dan is de overeenkomst
volgens mij geen toeval meer. Zou het kunnen dat de
mysterieuze 12e planeet die door de oude Sumeriërs
6000 jaar geleden al werd beschreven de 'boosdoener'
is voor de 'afwijkingen' in de bodem? Tussen de door
mij vermoedde passagedatum van de 12e planeet, 6663
v. Chr. en de droogteperiode van 5800 v. Chr. zit
863 jaar. Volgens de onderzoekers zijn de door hun
naar voren gebrachte data, te weten 5800, 3800 en
2100 v. Chr., benaderingen. Ook van belang om te weten
is of de Aarde elke keer als de 'indringer' wederkeert,
zich op dezelfde positie bevindt. Als dit niet het
geval is dan lijkt het mij zeer goed mogelijk dat
deze door de dames en heren geleerden niet verklaarbare
droogteperioden, de oorzaak zijn geweest van een passage
van het mysterieuze 12e lid van ons Zonnestelsel,
Nibiru.
Graham Hancock beschrijft in zijn boek 'Spiegel van
de Hemel' dat een astrofysicus en aan de universiteit
van Oxford, alsmede ook enkele van zijn collegae aan
diverse andere universiteiten over de gehele wereld,
denken dat 'ongeveer 20.000 jaar geleden een gigantische
komeet ons Zonnestelsel is binnengedrongen en is gedesintegreerd,
waarbij een ring van brokstukken achterbleef'. De
Aarde zou deze ring regelmatig doorkruisen, wat te
merken zou zijn aan een toegenomen aantal 'vallende
sterren'. Ook merkt men op dat het mogelijk zou zijn
dat de Aarde zo nu en dan in een gedeelte komt waarin
zich meer en grotere brokstukken zouden kunnen bevinden,
met als resultaat hebbende het smelten van de ijskappen
van de laatste ijstijd tussen 14.000 en 9000 geleden.
Verder vertelt men dat inslagen van deze brokstukken
mogelijk de oorzaak waren dat er tussen ongeveer 2350
v. Chr. en 500 n. Chr. een einde kwam aan diverse
welvarende en succesvolle beschavingen die op mysterieuze
wijze verdwenen.
Voor alle zekerheid heb ik mijn berekeningen door
een wis-, natuur- en sterrenkundige laten narekenen
en deze persoon kon, nadat ik hem mij berekeningen
en ideeën had voorgelegd, niets anders concluderen
dat de aannemelijkheid van mijn beweringen steeds
groter worden. Met andere woorden; een omlooptijd
van 2148 jaar is logischer en past beter in het gehele
plaatje van ons zonnestelsel.
Als ik daarom al deze aanwijzingen op een rijtje zet
dan acht ik het zeer goed mogelijk dat al deze gebeurtenissen
uit het verleden te wijten zijn aan de mysterieuze
12e planeet, een planeet welke de oude Sumeriërs 6000
jaar geleden al kenden onder de naam Nibiru.
Maar zoals altijd zal de tijd het ons leren, en in
dit geval waarschijnlijk het jaar 2012.
© Robert J. Boerman 2001
Bron: Dutch
Crop Circle
|
|
|
|