|
3. Van heel ver kwam ik
Van heel ver kwam ik, niet meer wetend , niet meer
voelend en ten slotte ook niet meer denkend. Strompelend
zelfs over het kleinste steentje.
Ik was weer in slaap gevallen, maar nu alweer enige
seconden wakker: zo scheen het. Een mistig geluid
gleed over mij heen; het fladderen van vele vleugels,
de wind die af en aan suisde en me deed verkillen.
Waar was ik en waar ben ik nu? Een boek lag voor
me in het zand ietwat verfrommeld en de band versleten
van het lezen. De wind deed het open waaien en plots
herkende ik een passage of beter een korte zin,
die de speling van het lot deden wegwaaien.
"Terug in de toekomst is
hetzelfde als de toekomst in het verleden"
Welke vibraties deden deze woorden mijn hersencellen
weer tot leven wekken. Rillingen doorvoeren mijn
lichaam en deden mij wakker schudden ook al sliep
ik niet meer. Ik keek om heen en de zonnewinden
speelden met de mistslierten en voerden een magisch
dansfestijn uit. Twee zonnen kwamen tegelijkertijd
op, vuurrood en leken elkaar aan te kijken alsof
ze elkaar herkenden.
Ineens kwam mij het aloude mythische verhaal voor
de geest van twee ridders te paard, die voortsnelden
langs de stranden van een eiland. Altijd maar doorrennend,
onvermoeid en altijd op zoek naar de horizon waar
ze nooit terecht kwamen. Tot een felle wind vanuit
zee hen deden opschrikken en hun paarden lieten
vliegen. Ze reden op topsnelheid van de zee weg
en naderden steeds dichter en lichter de horizon,
die steeds hoger voor hen opdoemde. Op de top van
hun kunnen weigerden hun paarden nog verder te rennen
en hier op de top van de berg zagen de twee ridders
het meest verbazende schouwspel. Ze aanschouwden
het zonnespel en voelden zich een worden met de
horizon. Want het zonnespel lag als een weide cirkel
om hen heen te schitteren en er was een eenheid
gekomen en de gloed van de golven overspoelden hun
gevoelens en lang was de betovering van deze aanblik.
Hier op deze berg, in het centrum van het eiland
Eichilos bouwden zij een huis, een klooster of tempel
zoals je wilt ter ere van deze eeuwigdurende levensstroom.
Als water glinsterend opspattend op het helderwitte
zand.
Het strand zelf heeft geen naam, want hier is alles
en niets gelijk aan elkaar, zoals iedere zandkorrel
in de branding wordt meegenomen, ver weg en daarvoor
een nog mooiere zandkorrel wordt teruggegeven. Maar
de duinen waar de zoete wervelwinden met de glinstering
speelt kregen wel een naam. De Chardisonische Duinen
werden ze genoemd; God mag weten wie ze zo genoemd
hebben, want de naam is in het zand geschreven en
alleen wijzen konden deze lezen.
En de "Tempel van Eichilos" werd omgeven
door zeven tuinen. Ieder stuk grond met zorg bewerkt
en de eigenschappen van de grond liet de aarde zeven
verschillende tuinen groeien. Ieder met eigen smaak,
geur en gevoel, maar allen fris en altijd bloeiend.
Hier op het strand lag Kivar aangespoeld door het
leven gevende water rondom het eiland Eichilos.
Van ver kwam hij en zijn geest werd helder en de
warme glinstering van het zachte zand deden zijn
bewustzijn opwellen en zijn ogen openen. Nu zag
hij werkelijk wat hij zo even in gedachten ook zag.
Hij hoorde het fijne zand door zijn geest fladderen
en zijn innerlijke oog traande van het fijne stof
en van ontroering.
"Dus hier zit ik" dacht Kivar en stond
behoedzaam op en pakte het boek, zijn enigste maar
ook kostbaarste bezit en keek om zich heen; fier
en tegelijkertijd pathetisch aanschouwden zijn ogen
de tempel; haar daken reflecteerden de eindeloze
tijd van de twee zonnen en een zoete geur kwam op
de wind aanstromen alsof ze de wachters waren van
deze tempel.
|