|
2. De Burchtpoort
Onder aan de voet van de berg stond Kivar stil.
Hij had vele mijlen afgelegd en nu na het in volle
glorie opreizen van de burcht hierboven op de berg
werden zijn voorspellingen en verwachtingen verre
overtroffen.
Hem waren oude scripties en runen te binnen geschoten,
die naar verluid in deze burcht zijn antwoord moest
vinden en zo was hij één jaar geleden
op weggegaan. Ontberingen had hij geleden, maar
ook vreugdevolle ontmoetingen met medereizigers
- allen met hetzelfde doel - om het land Yashra
te redden. Ieder had zo zijn eigen taak (zeven in
totaal) en zo er een zou falen in zijn queeste,
zou de hele onderneming voor niks zijn geweest.
Toch waren de Zeven Reizigers vol vertrouwen en
ieder had zijn eigen reis goed voorbereid en voor
zover geholpen door de meest wijze mannen en vrouwen,
die in Yashra waren te vinden.
Hé dacht Kivar, zo er al een burcht zou bestaan
in dit hele land, zou alleen al de legende ervan
velen verbazen. En nu hij hem zag, overdonderde
het hem.
Vier zalen zult ge er vinden
Ieder met zijn eigen ritueel
Drie geheime ruimtes
Een trap met vele geheimzinnige traptreden
Spiegels en hun spiegelbeelden
Een klok met en zonder tijd
Met de drie vind je de vier
En dat maakt samen acht
Zoekt en je zult de Ene vinden
"Nog voor Kivar zich realiseerde wat er gebeurde,
overkwam hem een vreemdsoortig gevoel. Tintelingen
in zijn handen, voeten gaven aan dat er iets gaande
was, maar zijn normale zintuigen registreerden nochthans
niets.
Hij liep rustig verder op het pad, dat langzaam
en kronkelend naar boven liep. Vogels en ander bosgedierte,
die hij verder steeds opmerkzaam was, lieten er
het zwijgen toe en vergezelden hem daarmee met een
totale stilte, die als een soort metafoor over de
omgeving van de burcht hing. Het pad bleef stijgende
en de klim werd steeds steiler. Bomen en ander struikgewas
verhinderde hem op dit stuk van de weg de aanblik
op de burcht, die hij eerder nog wel zag. Reden
om te geloven, dat zijn schreden weldra beloond
zouden worden voor een overweldigende aanblik van
de burchtpoort.
Twee gigantisch reeds geopende eikenhouten deuren
toonden de doorgang en hiermede een vrije toegang
tot de burchtweg. Diepe karrensporen lieten de geschiedenis
van het komen en gaan zien. Kivar stond op de drempel
en aanschouwde deze indrukwekkende entree. Vele
gedaanten van mensengezichten, dieren, maar ook
vele bekende en onbekende mythologische wezens leken
deze entree te beschermen. Kivar kende echter geen
wachtwoorden, maar blijkbaar werd hij verwacht want
met het overschrijden van de doorgang kwamen de
deuren piepend in beweging om na enige tellen met
een dreun in het slot te vallen. Kivar was binnen,
misschien niet verwacht of niet welkom, maar niettemin
met een doel voor ogen.
Plotseling bleef hij staan, geschrokken van een
geluid dat langzaam vanuit een stilstand overging
in een bulderend gelach; alsof iets of iemand hem
belachelijk wilde maken of in ieder geval wilde
ontmoedigen door te gaan. Toch had het sluiten van
de poort iets geruststellend alsof een of ander
soort geheimzinnige macht hier nog van zich liet
spreken. Kivar keek om en zag in deze zelfde deur
een gigantisch hoofd verschijnen, die recht naar
hem of beter door hem heen keek. Alsof deze gedaanteverschijning
een soort teken was. Vlammen en een plotselinge
bliksemschicht deden deze vertoning ineenzwelgen
tot de hele oorspronkelijke stilte, althans voor
het ogenblijk zijn glans deden behouden.
Rustig vervolgde Kivar de weg, die zo leek het rond
de burcht liep tot aan de andere zijde. De hele
weg was gevangen tussen de rotsen - hier en daar
zwart geblakerd - waarmee de hele burcht als het
ware was opgerezen en een andere hoog oprijzende
muur met een loopbrug en hier en daar kijkgaten.
Daar voor hem rees opnieuw een reusachtige deur
voor hem op.
Kivar klopte aan. Een grote zware roodbruine houten
deur hing fier in zijn zware smeedijzeren scharnieren.
Een kronkelend symbool met naar het leek wel ogen
erin schenen Kivar aan te staren. De ogen leken
te bewegen met ieder zuchtje wind wat door de oude
spleten van de deur naar buiten kwamen waaien. Na
een derde klop ging Kivar toch wat moeizaam en teleurgesteld
zitten. Hij nam het Boek op zijn schoot en keek
rond. Er klopte iets niet; het leek wel of ieder
geluid en iedere beweging uit de lucht was verdwenen.
De heldere lucht was kraakblauw en er was geen vogel
meer te bespeuren, waar zo even nog zwermen vogels
de lucht besierde.
Kivar sloeg het boek open en tot zijn schrik en
ontsteltenis waren de bladzijden leeg; hij bladerde
door en zag alleen nog de onbeschreven perkamentachtige
bladzijden. Alleen voorin stond nog met sierlijke
letters "de Geschiedenis van Orfilan"
en daaronder - en dat had Kivar nog nooit eerder
gelezen - de onbeschreven, maar reeds bestaande
zoektocht naar de Mystieke Tuinen van Orfilan, getekend
door Kivar en Merinda. Kivar sloot zijn ogen en
een waas van herinneringen bestookten zijn gedachten
en met een zucht kwam hij tot de ontdekking, dat
hij alles wat hij eerder geleerd had was vergeten.
Angstige gevoelens overschaduwde zijn brein, maar
tegelijkertijd was er een soevereine energie, die
hij ook voelde en waarmee hij probeerde een evenwicht
te zoeken in zijn nu rusteloze geest.
Na een onbekend aantal uren en bij het invallen
van de duisternis viel Kivar moe in slaap.
Na enige tijd; het was inmiddels donker geworden
en vage maar heldere sterren stonden aan de hemel.
Kivar werd stil geroepen, althans zo hoorde hij
het. Was het een droom of was hij langzaam wakker
geworden? Een zachte hand beroerde zijn schouder
en een warme gloed kroop door zijn lichaam en zijn
troebele geest werd gewekt. Kivar opende zijn ogen
en zag voor zich een vrouw, lang en fier recht opstaand.
Een wit fonkelend gewaad had ze aan met daarin een
bewegend kleurenspel, die zich liet bewegen door
haar warme en melodieuze stem.
"Je weet wie ik ben, maar helaas en toch noodzakelijk
ben je mijn naam en het geloof in mij kwijtgeraakt.
Daarom zijn de bladzijden in het Boek langzaam weggeraakt.
Het was echter in de tijd nodig, dat je alles zou
vergeten. Het verleden kun je pas nu in het heden
laten herbeleven".
"Terug in de tijd is hetzelfde als het
schrijven van de bladzijden in de toekomst".
Met een schok wilde Kivar opstaan en haar begroeten,
maar haar lange armen hielden hem beslist maar liefdevol
tegen. "Gunawan" sprak Kivar uit en voelde
lang vergeten emoties vanuit zijn innerlijk omhoog
stromen.
|