<< Vorige >>
"Epos van Eichilos"
<< Volgende >>

1. De Raadsvergadering

Bij het invallen van de eerste schemerlichten van de twee manen* stond Kivar stil op het laatste stukje van de Weg. Het einde, de grens van zijn land Droegrom waar vele van zijn verwanten en dierbaren nog in vrede leefden en in stilte de storm der tijden trotseerden. De laatste twee bomen aan zijn rechterzijde symboliseerden het verval, de degeneratie van het Land waar hij leefde.

Twee knoestige Krarsen, ooit weelderig en vol bloesempracht van de krarsvrucht, het lievelingsgerecht van de Droegrommers. Nu wil je zeker weten wat voor volkje de Droegrommers zijn. Zij zijn vrij klein, nou ja het hangt er vanaf met welke maat je meet. Voor hen zelf natuurlijk niet, want ze kennen alleen zichzelf en de wereld om hen heen. Er is echter op dit moment van het verhaal niet meer zo veel te vertellen over het volkje, daar het Grote Boek op dit moment van het verhaal nog leeg is. Maar daarover wordt later meer verteld. Er zijn echter wezens in hun wereld, die wel beter weten, maar in hun wijsheid de Droegrommers met rust laten tot, ja tot nu toe, want nu is er een Droegrommer opgestaan, wel te verstaan Kivar "de zevende achterkleinzoon van Kivar de Grote" van weleer. Over zijn avonturen zullen we later misschien ingaan. Dat alles staat in het Boek van Kennis en Kunde: het "Grote Droegrom". Het geval wil echter, dat op een dag de Letters in het boek vervaagde en dat bracht een grote Onrust teweeg in het voor het over het algemeen erg rustig volkje.

Op het eerste hoofdstuk kunnen we wel even in het kort ingaan. Dit is ook het enige verhaal, dat aan alle Droegrommers bekend is. Het gaat over de oorsprong van het kleine volkje. Ze zijn ontstaan uit de Aarde zelf en veel wordt daar ook niet over uitgeweid, alleen dat er een soort van Hoofdwezen is, die alles regelt en deze is op zich dan weer een personificatie van een Opperwezen, wiens naam niet is uit te spreken. Althans zo stond het te lezen en inmiddels niet meer te lezen.

Zo leven, werken en ademen de Droegrommers dus in en met hun eigen Land en ditzelfde Land is ook de afspiegeling van hen zelf en omgekeerd natuurlijk ook. Dit weten de Droegrommers echter zelf niet, hoewel er een paar zijn: de zogenaamde wijzen en natuurgenezers, die door bepaalde oefeningen en gebaren steeds meer te weten komen en hierdoor bezorgder werden over het nieuwe Gevaar. Want in Wezen ging het steeds slechter met het kleine volkje. Er waren meer ziektegevallen als voorheen en sommige Droegrommers gingen steeds minder bewust om met het bewerken van het Land en de gewassen. Het is Kivar de Zevende, die het eerste aan de noodrem trekt en zegt, dat het zo niet langer gaat. Natuurlijk werd hij uitgelachen door onkundigen en onwetenden; maar zoals je later zult begrijpen, had hij op een milde nazomernacht een droom en daar moest hij wel gehoor aan geven. Maar hierover later meer.

Kom mee en reis met mij mee naar het dorpje Xalis, waar ook het Grote Huis staat: de Hoeder en Bewaarster van het Grote Boek.

"Verse Krarsen, verse krarsen", schreeuwden allerlei kooplieden achter en bovenop hun kisten vol met knollen, penen en allerlei soorten groenblad. Hiertussen prijkten vol trots de krarsen, fel geel met hier en daar een blauw/groen schijnsel alsof de vrucht de lucht, het hemeldak wilde imiteren. Onderwijl de kooplieden en het volkje ogenschijnlijk hun gewone leventje zin gaf en zich alleen om de dagelijkse dingen bekommerden, was er een opmerkelijke raadsvergadering.

"Wat een onzin", zei Kobir, hoofd van de Raad. "We hebben allemaal dat licht gezien voorbij de bomen, maar niemand wil dat toegeven. Bang voor wat de Wet ons wel niet zal aandoen". Allen in de Raad van Zeven zaten stil voor zich uit te staren. Alleen Kivar hield zijn hoofd fier naar voren, piekerend of hij zal zeggen wat hij gezien en gedroomd had. Want hij was, de wetten trotserend de laatste bomen voorbij gegaan. En los van de Wetten van Yoshra, moest hij zich ook verantwoorden voor de Hoge Raad van Yoshra: de drie wijze mannen, die zelden in het dorp gezien werden.

Kivar was kort geleden erop uitgetrokken om datgene te onderzoeken, waarvan het volksgeloof zei, dat het de ondergang zou betekenen. "Het vage Licht" werd nu zelfs gezien en soms gevoeld. Honden liepen soms met de staart tussen de benen weg.

Kivar was daags voor de huidige Raad bij de "Vuurwandi" geweest, de wijze leermeester van de Hoge Raad en hij had nieuwe dingen gehoord waarover hij in de verste schaduw van zijn instinct geen weet had. De Vuurwandi had in een droom een knipperend licht gezien en daarachter verschenen onbekende symbolen, die iets wilden uitbeelden alsof onze taal verlevendigd werd op een groot scherm in de Hemel. Alleen een groot ziener als de Vuurwandi kon deze tekens in beperkte mate lezen en gaandeweg werd hij ook steeds verontrustender.

* Deze twee manen draaien als een satelliet om de planeet Aarde in een verre toekomst, die aan ons nog onbekend is. Het was het jaar 1997 na de laatste grote catastrofe en volgens verre overleveringen was dit de derde afsplitsing van een deel van de Aarde.

 

Index:

1. De Raadsvergadering
2. De Burchtpoort
3. Van heel ver kwam ik
4. Het Oude en het Nieuwe Boek
5. De "blauwe Engel"
6. Lichtlichaam
7. Een beproeving of een keuze
8. Wakker worden in de Wereld

Wordt vervolgd . . . .

Vervolg: Kronieken

# Intro # Orfilan 3D Game # De zeven Tuinen van Orfilan # Epos van Eichilos # Diversen # Gastenboek # Contact # Muziek aan # Links
  # Spirituele artikelen # Kronieken Orfilan # Reiki Praktijk # Theta Healing Praktijk # AngelaNatuurlijk # Nieuwsbrief
Deze website is met zorg gemaakt door A-Tzi. Bij vragen over deze website mail met de webmaster. © 2003-2007 | A-Tzi | 3D Visualisatie | 055 - 5 416 120 | 06 - 1009 7327 | info@orfilan.nl